Sociaal isolement bij ouderen: ontwikkeling van een digitale tool

Stuurgroep 18 september 2020

  • 2020-10-08 12:02:39

Op de stuurgroep van 18 september 2020 bracht projectleider Chris Mestdagh verslag uit van de werkzaamheden van de voorbije maanden. We hadden het over de user testing, enkele bachelorproeven over eenzaamheid, vormingsnoden en een nieuw project.

Klik hier voor het verslag

In de kijker: bachelorproeven over eenzaamheid (korte inhoud)

Het voorbije academiejaar schreven drie studenten Sociaal werk een bachelorproef over eenzaamheid en sociaal isolement. Twee daarvan werden vanuit Krachtnet geschreven.

1. LISA SEYS

“Het visualiseren van het sociaal netwerk, zoals gedaan wordt bij Krachtnet, van ouderen die kampen met gevoelens van eenzaamheid of zich bevinden in sociaal isolement.”

Lisa onderzocht of het visualiseren van het sociaal netwerk van de oudere, zoals dat in Krachtnet gebeurt, ondersteunend kan werden. Ze heeft dit getest bij drie ouderen (oorspronkelijk doel: zes ouderen, maar dit was niet haalbaar omwille van de Corona-maatregelen). Haar conclusies:

  • De visualisatie van het sociaal netwerk zoals in Krachtnet kan ondersteunend werken mits een aantal aanpassingen.
  • De deelnemende ouderen vonden het schema overzichtelijk en volledig.
  • Structuren en patronen in het netwerk werden helder: specifiek omvang, variatie, inhoud van de contacten.
  • Functies tonen in welke mate het sociaal netwerk van de ouderen aangenaam maakt. Dat biedt dus zeker een meerwaarde.
  • De visualisering confronteerde deelnemers met zichzelf en zorgde voor nieuwe inzichten.
  • Het contrast van sommige kleuren is onvoldoende. Er wordt daarom gesuggereerd om de kleuren aan te passen of het contrast te vergroten.
  • Het vertrouwen tussen hulpverlener en cliënt is zeer belangrijk. Daar moet eerst aan gewerkt worden vooraleer een begeleiding op te starten. Dit wordt bij Krachtnet ondervangen door een aanpak vanuit de presentietheorie.
  • Het is belangrijk de privacy van de gegevens te benadrukken: gegevens zullen nooit zonder toestemming van de cliënt verder verspreid worden.

2. GALEY DESLYPERE

“Samen Krachtig(er)! De ontwikkeling van een vormingsprogramma voor formele hulpverleners over eenzaamheid en sociale isolatie bij ouderen.”

Galey ondervond dat workshops rond eenzaamheid en sociaal isolement vaak wel kennis en weetjes meegeven, maar te weinig focussen op de beleving ervan: hoe voelt het om eenzaam of sociaal geïsoleerd te zijn?

Op basis van interviews met ouderen en een literatuurstudie werkte ze verschillende persona’s uit. Die persona’s verwerkte ze in een workshop. Deze workshop werd getest bij twee groepen derdejaarsstudenten Sociaal werk. Oorspronkelijk was het de bedoeling om de bijgestuurde workshop ook uit te testen bij sociale professionals, maar door Corona was dit niet mogelijk. De deelnemende studenten waren enthousiast, maar gaven aan dat net op het vlak van de beleving de workshop wat minder scoorde. Op basis van deze feedback werd de workshop aangepast.

Galey maakte ook een aanzet voor een workshop over het spreken met ouderen over eenzaamheid, aangezien uit onderzoek blijkt dat hulpverleners het vaak moeilijk hebben om dit aan te halen.

3. LUNA EVERAERT “100 DAGEN EENZAAMHEID”

“100 dagen eenzaamheid”

Na verschillende berichtgevingen uit het nieuws bleek dat het niet goed ging met de hogeschool-en universiteitsstudenten tijdens de lockdown. Het kwam vaak aan bod dat zij zich eenzaam voelden, dit door het tekort aan sociaal contact vanwege de coronamaatregelen. Om na te gaan in welke mate deze problematiek voorkomt bij Howest studenten Brugge werd er aan de hand van de literatuurstudie en het kwantitatief onderzoek een antwoord gezocht voor de onderzoeksvraag : “Is er sprake van eenzaamheid onder Howest studenten in tijden van corona? Zo ja, dewelke en in welke mate?”. In dit hoofdstuk wordt er een algemeen besluit weergegeven van de literatuurstudie aanvullend met de onderzoeksresultaten van de online-enquête.

Als er rechtstreeks aan studenten gevraagd werd of ze zich eenzaam voldoende, dan antwoordde 42% dat ze zich regelmatig tot voortdurend eenzaam voelden. Via onrechtstreekse vragen (gevalideerde test) was dit 63%. Er was meer sociale eenzaamheid (79%) dan emotionele eenzaamheid (39%). 82% gaf aan dat ze het lastig vonden hun medestudenten niet meer te kunnen zien.

Er worden enkele suggesties geformuleerd om vanuit Howest een aanbod te creëren:

  • Specifiek richten p het versterken van sociale netwerken;
  • Studentenvoorzieningen, maar ook de docenten moeten een outreachende houding aannemen;
  • Online hulp creëren (maar ook een online ontmoetingscafé);
  • Bij de start van het academiejaar zeker fysieke ontmoetingen mogelijk maken;
  • De studentenwerking betrekken.